Ontslag: wat kan er gebeuren?
Je arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. Welke vorm je werkgever kiest, welke procedure daarbij hoort en welke reden hij opgeeft, bepaalt samen wat je rechten zijn: of je een WW-uitkering krijgt, hoeveel vergoeding erin zit en hoeveel tijd je hebt om te reageren.
Hieronder staat per onderwerp uitleg in gewone taal. Weet je al waar je situatie onder valt? Spring dan direct naar het juiste onderdeel.
Waar wil je meer over weten?
Ontslagvormen
Er zijn vier manieren waarop je arbeidsovereenkomst kan eindigen zonder dat er een rechter of het UWV aan te pas komt.
1. Ontslag in de proeftijd
Tijdens de proeftijd kunnen zowel jij als je werkgever het dienstverband op elk moment onmiddellijk beëindigen. Dat geldt ook als je ziek bent. Beëindiging kan zelfs al voordat je daadwerkelijk aan de slag bent gegaan — bijvoorbeeld als je meldt dat je tijdens de wintersport je been hebt gebroken en dus bij ingang van het dienstverband niet kunt komen werken.
Vraag je om een gemotiveerde reden voor het ontslag, dan is je werkgever verplicht die schriftelijk mee te delen.
De proeftijd moet wel zwart op wit in de arbeidsovereenkomst staan, ondertekend door beide partijen. Staat hij er niet in, of is hij langer dan wettelijk mag, dan is de proeftijd niet geldig — en geldt de gewone ontslagbescherming vanaf je eerste werkdag.
2. Einde van het contract
Een contract voor bepaalde tijd eindigt automatisch — van rechtswege — op de overeengekomen datum. Er is dus geen ontslagvergunning of rechter voor nodig.
Aanzegging: een maand van tevoren
Duurt je contract zes maanden of langer, dan moet je werkgever je uiterlijk één maand voor de einddatum schriftelijk laten weten of het contract wordt verlengd, en zo ja onder welke voorwaarden. Dat heet de aanzegging. Vergeet hij het, of is hij te laat, dan is hij je een aanzegvergoeding verschuldigd van maximaal één bruto maandsalaris — naar rato als hij te laat was. Het contract eindigt overigens gewoon; die vergoeding staat daar los van.
De ketenregeling: wanneer wordt het vast?
Je werkgever mag je niet eindeloos tijdelijke contracten geven. De wet staat maximaal drie tijdelijke contracten toe, met een totale duur van maximaal drie jaar. Krijg je daarna nog een verlenging, of gaat de keten over die drie jaar heen, dan heb je van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd.
Een onderbreking van meer dan zes maanden tussen twee contracten breekt de keten: daarna begint de telling opnieuw. Bij CAO kan van deze regels worden afgeweken, bijvoorbeeld voor seizoenswerk.
Let op — dit verandert per 1 januari 2028. Vanaf dan mag je werkgever ná drie tijdelijke contracten drie jaar lang geen nieuw tijdelijk contract meer met je sluiten. De onderbreking die de keten breekt gaat dus van zes maanden naar drie jaar. Dat volgt uit de Wet meer zekerheid flexwerkers, die de Eerste Kamer op 7 juli 2026 heeft aangenomen.
3. Beëindiging met wederzijds goedvinden
Teken je samen met je werkgever een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, dan is het mogelijk dat het UWV je wél een WW-uitkering toekent. Je moet dan zorgvuldig letten op de formuleringen in de overeenkomst. Blijkt daaruit dat het initiatief bij jóu lag, dan kan het UWV alsnog concluderen tot verwijtbare werkloosheid.
Ga daarom niet zomaar akkoord met een ontslag met wederzijds goedvinden. Je loopt het risico dat je je WW-rechten verspeelt of een strafkorting krijgt opgelegd. Dat geldt zeker in conflictsituaties met je werkgever. Neem in zo'n situatie altijd contact op met een ontslagjurist voordat je tekent.
Je bedenktijd: veertien dagen
Je hebt een bedenktijd van veertien dagen waarin je je instemming kunt herroepen. Je hoeft daarvoor geen reden op te geven. Doe je dat, dan wordt de opzegging geacht niet te zijn gedaan en is je arbeidsovereenkomst dus niet geëindigd.
Je werkgever moet je binnen twee werkdagen na het sluiten van de beëindigingsovereenkomst schriftelijk op die veertien dagen wijzen. Doet hij dat niet, dan wordt je bedenktijd verlengd tot drie weken. Stem je binnen zes maanden na een eerste herroeping opnieuw in met het einde van je dienstverband, dan kun je niet nogmaals herroepen.
Ligt er een vaststellingsovereenkomst op tafel?
Teken nog niets. Wij controleren je VSO gratis en je hoort binnen 1 uur van een jurist waar je staat.
Upload je VSO — gratis check4. Ontslag op staande voet
Bij ontslag op staande voet beëindigt je werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, wegens een dringende reden.
Voorbeelden van een dringende reden zijn diefstal, fraude en geweld tegen je werkgever of een collega. Ook op het oog minder ingrijpende overtredingen, zoals werkweigering of niet op het werk verschijnen, kunnen onder omstandigheden een dringende reden opleveren.
De reden moet wel onmiddellijk aan je worden meegedeeld, en je moet direct op non-actief zijn gesteld. Laat je werkgever je na het voorval nog gewoon doorwerken, dan houdt het ontslag bij de rechter waarschijnlijk geen stand.
Ontslag op staande voet aanvechten
Omdat het UWV bij ontslag op staande voet doorgaans geen WW-uitkering verstrekt, ben je meestal gedwongen het ontslag met juridische hulp aan te vechten bij de kantonrechter. Daarvoor geldt een harde termijn van twee maanden — zie de procedure hieronder. Wij kunnen je daarnaast helpen om je werkgever te bewegen het ontslag in te trekken en samen een andere oplossing te vinden.
Procedures
Wil je werkgever je arbeidsovereenkomst beëindigen zonder dat jij daarmee instemt, dan heeft hij daar vooraf toestemming voor nodig. Dat gebeurt via één van twee routes: het UWV of de kantonrechter. Dit heet het duale ontslagstelsel, met een preventieve toets vooraf.
Welke route moet je werkgever nemen?
Kiezen mag je werkgever niet vrij. De reden voor het ontslag bepaalt de route.
Via het UWV — een ontslagvergunning
Of via een bij CAO ingestelde ontslagcommissie. Deze route geldt bij:
- het vervallen van je arbeidsplaats wegens bedrijfseconomische omstandigheden (grond a);
- langdurige arbeidsongeschiktheid van meer dan twee jaar (grond b).
Via de kantonrechter — ontbinding
Alle overige gronden lopen via de rechter:
- frequent ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering (grond c);
- disfunctioneren (grond d);
- verwijtbaar handelen of nalaten van jouw kant (grond e);
- werkweigering op grond van een ernstig gewetensbezwaar (grond f);
- een verstoorde arbeidsverhouding (grond g);
- andere omstandigheden waardoor van je werkgever redelijkerwijs niet gevraagd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren — zoals detentie of het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning (grond h);
- de cumulatiegrond: een combinatie van twee of meer van de gronden c, d, e, g en h die elk op zichzelf onvoldoende zijn, maar samen wel (grond i). Wijst de rechter het verzoek op deze grond toe, dan kan hij je bovenop je transitievergoeding een extra vergoeding toekennen van maximaal de helft daarvan.
Procedure 1: ontslagvergunning via het UWV
Je werkgever dient een schriftelijke en onderbouwde aanvraag in bij het UWV. Het UWV stelt jou vervolgens op de hoogte van het aangevraagde ontslag.
Verweer voeren
Je krijgt de gelegenheid schriftelijk verweer te voeren, eventueel met deskundige hulp van een vakbond of ontslagjurist. Verweer is nodig om aanspraak te kunnen maken op een WW-uitkering. Je wint er bovendien tijd mee: je kunt dan rustig met een ontslagjurist overleggen of de aangeboden regeling redelijk is. Schriftelijk bezwaar maken tegen het aangekondigde ontslag is daarom bijna altijd aan te raden.
Stuur bij je verweer alles mee wat van belang kan zijn: beoordelingen, gespreksverslagen, eerdere UWV-beschikkingen en dergelijke.
Opzegging
Na ontvangst van je verweer brengt de ontslagcommissie van het UWV advies uit over de aanvraag. Daarna besluit het UWV of de ontslagvergunning wordt verleend. Wordt hij verleend, dan mag je werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen — maar wel met inachtneming van de geldende opzegtermijn.
Zolang de aanvraag in behandeling is, ben je gewoon nog in dienst. Je hoeft geen bedrijfseigendommen in te leveren. Ga ook niet te snel akkoord met een vrijstelling van werkzaamheden. Overleg dit alles eerst met een ontslagjurist.
Opzegverboden
Deze route werkt niet als er een opzegverbod geldt. Voorbeelden daarvan zijn ziekte (tenzij je langer dan twee jaar ziek bent), zwangerschap en lidmaatschap van de ondernemingsraad.
Procedure 2: ontbinding via de kantonrechter
Het beëindigen van arbeidsovereenkomsten gebeurt vaak via de kantonrechter. Dient je werkgever een verzoekschrift in, dan word jij — of, als die bekend is, je ontslagjurist — via de griffie geïnformeerd over het indienen van een verweerschrift en de termijnen die daarvoor gelden.
Je kunt zelf ook een verzoek tot ontbinding indienen. Dat komt in de praktijk weinig voor, gelet op de WW-risico's die je daarmee loopt.
De kantonrechter kan het verzoek toewijzen of afwijzen. De ontbindingsprocedure is meestal kort en snel, en de opzegtermijn geldt daarbij niet. De rechter geeft een beschikking af en kan je daarbij een beëindigingsvergoeding toekennen.
Het is aan te raden een ontslagjurist in te schakelen die namens jou het verweerschrift opstelt en in de procedure optreedt.
Procedure bij ontslag op staande voet
Je werkgever kan je ook met onmiddellijke ingang ontslaan, op staande voet. Daarvoor heeft hij vooraf géén toestemming nodig van de rechter of het UWV — de toets komt pas achteraf, en alleen als jij hem afdwingt.
Ben je het niet eens met je ontslag op staande voet, dan moet je dus zelf in actie komen. Je hebt twee maanden om een procedure te starten tot vernietiging van de opzegging of herstel van de arbeidsovereenkomst. Die termijn is hard: laat je hem verlopen, dan staat het ontslag vast, hoe onterecht het ook was. Laat je in deze situatie zo snel mogelijk adviseren.
Redenen voor ontslag
Je werkgever kan uiteenlopende redenen hebben om je te willen ontslaan. Welke reden hij gebruikt, heeft invloed op de hele afwikkeling: op de route die hij moet volgen, op je WW-uitkering en op de vergoeding. Dit zijn de drie die het vaakst voorkomen.
1. Bedrijfsredenen (economisch)
Het kan gaan om een reorganisatie, een verhuizing of de verkoop van de onderneming. Formeel heet dit ontslag om bedrijfseconomische redenen. Vaak is er sprake van een financiële noodzaak bij je werkgever om mensen te laten gaan.
Je werkgever dient de ontslagaanvraag in bij het UWV. Om de noodzaak aan te tonen moet hij zich aan een aantal regels houden.
Financiële onderbouwing
Hij moet de noodzaak van het ontslag onderbouwen met cijfers. Daarom geeft hij financiële informatie aan het UWV: jaarverslagen, verlies- en winstcijfers, omzetcijfers en accountantsverklaringen.
Wie er weg moet: het afspiegelingsbeginsel
Je werkgever mag niet zelf uitkiezen wie er weg moet. Hij moet het afspiegelingsbeginsel toepassen, dat ervoor zorgt dat de leeftijdsopbouw van de afdeling na de reorganisatie ongeveer gelijk blijft aan die ervoor. Dat werkt zo:
- eerst bepaalt hij per bedrijfsvestiging welke functies onderling uitwisselbaar zijn — wie er dus met elkaar vergeleken worden;
- binnen zo'n categorie verdeelt hij alle medewerkers over vijf leeftijdsgroepen: 15 tot 25, 25 tot 35, 35 tot 45, 45 tot 55, en 55 jaar en ouder;
- de ontslagen worden evenredig over die vijf groepen verdeeld;
- pas bínnen elke leeftijdsgroep geldt "last in, first out": wie het laatst in dienst kwam, gaat het eerst.
Controleer zelf of je wel aan de beurt was. Klopt de afspiegeling niet, dan is het ontslag aanvechtbaar — en loop je bovendien het risico je WW-uitkering mis te lopen.
Gaan er twintig of meer werknemers binnen drie maanden in één werkgebied uit, dan is er sprake van collectief ontslag. Je werkgever moet dat melden bij het UWV en de vakbonden, en er geldt in beginsel een wachttijd van een maand.
Herplaatsing: eerst ander werk zoeken
Je werkgever moet ontslag proberen te voorkomen. Hij moet nagaan of je ergens anders binnen de organisatie aan de slag kunt. Dat kan werk zijn waarvoor je al geschikt bent, of werk waarvoor je met scholing geschikt kunt worden.
Sociaal plan
Bij een grotere reorganisatie geldt vaak een sociaal plan, dat je werkgever afspreekt met de ondernemingsraad en/of de vakbonden. Daarin staat hoe de reorganisatie wordt uitgevoerd en welke financiële regeling wordt geboden om het ontslag te verzachten.
Soms kan de kantonrechter voor jou een individuele, betere regeling vaststellen. Dat hangt vooral af van je persoonlijke situatie. Zijn de afspraken met de vakbonden gemaakt, dan volgt de kantonrechter die meestal wel.
Overleg met een ontslagjurist voordat je met een aanbod instemt. Ook als je al via het UWV bent ontslagen kan een ontslagjurist nog bekijken of een procedure bij de kantonrechter kans van slagen heeft — en dat geldt ook als er geen sociaal plan van toepassing is.
2. Onvoldoende functioneren
Laat je werkgever weten dat je functioneren te wensen overlaat, of voel je zelf al aankomen dat het niet lekker gaat, dan is juridisch advies vaak verstandig — juist vóórdat er een dossier tegen je is opgebouwd.
Onze juristen zien dat een (dreigend) arbeidsconflict flink kan ingrijpen in je sociale en psychische gesteldheid. Op basis daarvan én van hun juridische kennis kunnen ze je goed adviseren over je positie. Ontslag wegens disfunctioneren kan bovendien gevolgen hebben voor je WW-uitkering. Wij kunnen je helpen bij het traject om je baan te behouden, bij een eventueel ontslagtraject, en om je kansen op een WW-uitkering zo groot mogelijk te maken.
Je werkgever kan niet zomaar stellen dát je disfunctioneert. Hij moet drie dingen kunnen laten zien.
- Informeren. Hij moet je hebben laten weten dat je functioneren tekortschiet, en op welke punten. Het gebeurt regelmatig dat dat oordeel als een verrassing komt. De spanning in de arbeidsrelatie wordt dan vaak groter, en het belang van bewijs en van een verbetertraject neemt toe. Ben je het niet eens met het oordeel, geef dat dan direct en gemotiveerd aan — bij voorkeur schriftelijk.
- Voorbeelden en normstelling. Hij moet kunnen motiveren waaróm je onvoldoende functioneert. Naast concrete, aantoonbare voorbeelden gaat het om de norm: je functioneren wordt beoordeeld aan de hand van je functieomschrijving, redelijke opdrachten en je werkhouding. Ook de ontwikkeling van je competenties kan meespelen. Hoe minder je werkgever vooraf duidelijk heeft gemaakt wat hij van je verwacht, hoe moeilijker het voor hem is om disfunctioneren aan te tonen. Hij moet vergelijkbare situaties bovendien op dezelfde manier beoordelen.
- Verbetertraject. Je moet de tijd krijgen om je functioneren te verbeteren, en je werkgever moet je daarbij steunen — met coaching, extra training of scholing. Dat heet een verbetertraject. Hoe langer je in dienst bent, hoe langer en intensiever dat traject moet zijn.
Ontbreekt een van deze drie, dan houdt een ontslag wegens disfunctioneren bij de kantonrechter vaak geen stand.
3. Ziekte
Ontslag tijdens ziekte is moeilijk voor je werkgever, maar niet onmogelijk.
In de eerste twee jaar geldt een opzegverbod: je werkgever mag je arbeidsovereenkomst niet opzeggen vanwége je ziekte. Na twee jaar ziekte kan hij wel een ontslagvergunning aanvragen bij het UWV. Daarnaast kan hij via de kantonrechter het dienstverband eerder laten beëindigen — maar dan om een reden die niets met je ziekte te maken heeft.
Rechten en plichten tijdens ziekte
Ben je ziek, dan meld je dat bij je werkgever. Vanwege je privacy hoef je niet te zeggen wát je hebt. Vaak heeft je werkgever eigen verzuimregels waaraan je je moet houden. Alleen een (arbo)arts kan beoordelen of je ziek bent — dat oordeel is niet aan je werkgever.
Deskundigenoordeel of second opinion
Ben je het niet eens met het oordeel van de arboarts, dan kun je een deskundigenoordeel — een second opinion — aanvragen bij het UWV. In de tussentijd mag je werkgever de loonbetaling opschorten. Word je achteraf door de UWV-arts in het gelijk gesteld, dan krijg je dat loon alsnog uitbetaald.
Word je in het ongelijk gesteld, dan is het meestal verstandig het werk toch te hervatten. Doe je dat niet, dan kun je alsnog worden ontslagen wegens werkweigering.
Houd zelf een dossier bij
Het is verstandig om tijdens ziekte en re-integratie een eigen dossier bij te houden, met alle belangrijke brieven van je werkgever, de arboarts en het UWV. Noteer ook wat er wanneer in gesprekken is besproken. Bij een conflict is dat vaak het enige bewijs dat je zelf in handen hebt.
Re-integratie
Tijdens een periode van langdurige arbeidsongeschiktheid is het belangrijk dat je meewerkt aan je re-integratie. Er wordt van je verwacht dat je je actief en positief opstelt.
Van je werkgever mag je diezelfde actieve houding verwachten: hij moet er alles aan doen om je weer aan het werk te krijgen, in principe in je eigen functie. Kun je om medische redenen absoluut niet terug in je oude functie, dan moet er ander passend werk worden gezocht — zo nodig zelfs bij een andere werkgever.
Krijg je ander passend werk aangeboden, dan kun je dat niet zomaar weigeren. Doe je dat toch, dan kan je werkgever je loon stopzetten en zelfs ontslag voor je aanvragen. Dat kan, ondanks het opzegverbod bij ziekte, ook binnen twee jaar bij het UWV. Ben je het niet eens met het aangeboden werk, vraag dan bedenktijd en overleg met een ontslagjurist.
Ontslag wegens frequent ziekteverzuim
Je werkgever kan ook ontslag aanvragen omdat hij vindt dat je te vaak ziek bent — ook als de ziekteperiodes steeds relatief kort zijn. Bijvoorbeeld omdat elke ziekmelding het werk ernstig verstoort. Dat is eerder het geval op een afdeling met twee secretaresses dan op een grote productieafdeling.
Aan zo'n ontslagaanvraag stellen zowel het UWV als de kantonrechter echter zware eisen.
Ontslagvergoeding
Er bestaan verschillende berekeningsmethodes voor een eventuele vergoeding. De wettelijke ondergrens is de transitievergoeding: een derde bruto maandsalaris per gewerkt dienstjaar, tot op de dag nauwkeurig berekend, opgebouwd vanaf je eerste werkdag. Daarin telt meer mee dan je kale loon — ook vakantiegeld, een vaste dertiende maand en structurele toeslagen.
Bereken je transitievergoeding met onze gratis rekentool en zie meteen of het bedrag dat je werkgever noemt klopt.
Bij een vaststellingsovereenkomst ligt het net iets anders: je beëindigt het dienstverband dan met wederzijds goedvinden, waardoor je strikt genomen geen wettelijk recht op de transitievergoeding hebt. Het bedrag is dan een kwestie van onderhandelen — met de wettelijke transitievergoeding als praktische ondergrens. Lees waarom er bij een VSO vaak méér in zit.
Laat je situatie gratis beoordelen
Upload je VSO of bel ons — je hoort binnen 1 uur van een jurist wat jouw opties zijn.
Upload je VSO — gratis checkLaatst bijgewerkt: 20 augustus 2026. Deze pagina geeft algemene informatie over het Nederlandse ontslagrecht en is geen juridisch advies over jouw specifieke situatie. Twijfel je? Bel ons — de eerste check is gratis.